A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
-
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
S
Term:
Beschrijving:
SAAS

1. Software As A Service. SAAS is een alternatief voor bedrijven om applicaties over Internet als een dienst (service) geleverd te krijgen. Met SAAS heeft een organisatie geen omkijken meer naar de implementatie en beheer van software, deze wordt geheel op afstand door de SAAS leverancier verzorgt. Het voordeel van SAAS is het uit handen nemen van beheer en samenhangende beheer kosten. Een nadeel is dat SAAS afhankelijk is van de breedband verbinding, uitval van de verbinding is vergelijkbaar met het wegvallen van een 'inhouse' server, gebruikers kunnen dan ook geen gebruik maken van de SAAS applicaties waarover de aanbieder het beheer op zich heeft genomen. SAAS is voordeliger voor kleine organisaties waar informatie geen sterk belang heeft. SAAS zorgt ervoor dat applicaties (software) en informatie als product buitenshuis verzorgt worden en wanneer nodig geupdate worden.

2. SAAS heeft veel voordelen, het grootste nadeel van SAAS is dat wanneer de verbinding uitvalt de informatiestroming met het informatiesysteem extern uitvalt. Door duidelijke afspraken met SAAS leveranciers kan voorkomen worden dat bedrijfsinformatie wegvalt, zelfs wanneer een afnemer niet betaald voor de dienst. Lokale opslag van bedrijfsDATA zou een overweging zijn om informatie te behouden.

^
^
SAN

1. Storage Area Network; een netwerk waarin opslagmedia is geplaatst en met diverse servers is verbonden. Opslagmedia (storagemedia) zijn hierbij niet in servers geplaatst, maar de media, zoals harde schijven zijn in een apart netwerk geplaatst waardoor meerdere servers de media kunnen bereiken.

^
^
SAS

1. Serial Attached SCSI.

^
^
Scrambling, scramblen

1. Bescherming tegen afluisteren van draadloze verbindingen als radiogolven en infraroodgolven kan hiermee worden gegeven door scrambling. Scramblen zorgt voor het omvormen van het signaal waardoor deze niet meer begrijpelijk is voor een derde partij of persoon.

^
^
Serieel:

1. Opeenvolgend;

^
^
Service Access Point (SAP):

1. Punten of poorten op interface niveau vanwaaruit communicatie verloopt naar andere lagen in een hiërarchische structuur;

^
^
Service Data Unit (SDU):

1. Een service die door een bepaalde laag in het OSI referentie-model is verleend aan een volgende laag in dit model, dus een geheel van verleende diensten. De SDU en de PCI vormen samen de Protocol Data Unit (PDU) van een OSI laag. Zie ook PDU;

^
^
Service level agreement (SLA):

1. Overeenkomst waarin rechten en plichten tussen twee partijen zijn vastgelegd;

^
^
Service level management:

1. De benodigde beheertaken om te beantwoorden aan de Service Level Agreements;

^
^
Service level request:

1. Verzameling eisen gesteld vanuit de gebruikers omgeving, binnen geldende randvoorwaarden;

^
^
Service-users:

1. Dienstgebruikers;

2. In het OSI-referentiemodel zijn service-users lagen die gebruik maken van de lagen eronder, een service-user krijgt diensten (service) van de serviceprovider;

^
^
Service:

1. Dienst;

^
^
Serviceprimitief:

1. Speciale opdrachten waarmee entiteiten onderling kunnen communiceren. Een serviceprimitief is een elementaire opdracht, bijvoorbeeld: verzoeken tot, indicatie van, reactie van, en bevestiging van. Engels: request, indication, respons en confirm. Entiteiten in, bijvoorbeeld, de lagen van het OSI-model communiceren via SAP's (Service Access Points), dit zijn loketten vanwaaruit alle services verlopen, deze bevinden zich op interface niveau;

2. De vier primitief soorten: request, indication, response en confirm. Ned.> verzoek, indicatie, reactie en bevestiging.

Voorbeeld van een primitief herkenning: SEARCH.request. We zien hier dat de soort service herkenbaar is aan de naam van de primitief, wat laat zien dat de verwachte service het zoeken is. De primitief laat zien dat er voor de service 'SEARCH' een request (verzoek) is ingedient aan een andere entiteit;

^
^
Serviceprovider:

1. Dienstenleverancier;

2. In het OSI-referentiemodel is een serviceprovider het totaal aan entiteiten in een laag, deze levert zijn diensten aan een laag erboven;

^
^
Setuptijd:

1. De tijd die nodig is om een verbinding op te bouwen tussen een zender en ontvanger;

2. Een verbinding opbouwen tussen A en B heeft tijd nodig, die tijd wordt de setuptijd genoemd;

^
^
SGOA

1. Stichting Geschillen Oplossing Automatisering

^
^
Smartcard

1. Een smartcard is een kaart voor identificatie en authenticatie, zo groot als een creditcard of bankpas en is voorzien van een chip waarin gecodeerde code is opgeslagen. De code op de kaart zorgt voor de beveiliging van de gegevens op de kaart. Een voorbeeld van een smartcard is de chipknip.

^
^
Sniffing

1. Sniffing is de Engelse benaming voor gesnuffel, wat binnen ICT duidt op het afluisteren van communicatie sessies, al dan niet opzettelijk.

^
^
Socket:

1. Combinatie van het IP adres en poortnummer. Middels de socket is het mogelijk om een netwerkdeel te bereiken. Een socket ziet er als volgt uit: 213.19.161.152:80 eerst het IP adres gevolgt door een poortnummer, samen de socket.

^
^
SOHO:

1. Small Office Home Office

2. Thuis netwerken en installaties voor particulier gebruik. Soho betreft primair thuis automatisering.

^
^
Spam

1. Ongevraagde e-mailberichten. Spam zorgt voor veel overlast op computernetwerken, netwerkcapaciteiten verkleinen doordat, soms duizenden, berichten afgeleverd worden op systemen die niet bestand zijn tegen de grote aantallen e-mailberichten. Spam is een grote kostenpost binnen organisaties. Spam kan doormiddel van spamfilters worden afgevangen, een nadeel ervan is dat er soms ook goede berichten weggefilterd worden. Als afdeling is 'ICT security' verantwoordelijk voor het tegengaan van spam.

^
^
Spool / spooler:

1. Simultaneous Peripheral Operations On Line (SPOOL);

2. Gelijktijdige randapparatuur buffer ten behoeve van online operaties. Soort buffer voor randapparatuur. Een spooler verzameld opdrachten die bedoeld zijn om een apparaat aan de rand van een computernetwerk te starten. Een goed voorbeeld hiervan is die van een netwerk printer: een gebruiker geeft opdracht om een file af te drukken, waarna de file naar de print-server wordt gezonden waarop de spooler zich bevindt. De gebruiker heeft dan het idee dat er direct naar de printer geschreven wordt, in werkelijkheid wordt er dus naar de spooler op de print-server geschreven die na aankomst van de print opdracht gaat communiceren met de langzamere printer. Het computernetwerk blijft zo gevrijwaard van opstoppingen die anders in de wachtrij van de printer komt te staan. De spooler neemt de wachtrij functie als het ware over;

^
^
StarLAN:

1. Ster topologie met 1bas5 twisted pair kabel via hubs geschakeld;

^
^
Stateful Inspection Firewall

1. Een stateful inspection firewall is een geavanceerde versie firewall van de packet firewall. De uitbreiding ten opzichte van de packet firewall is dat een stateful inspection firewall ook kijkt naar de status van een verbinding, bijvoorbeeld als een station op het interne netwerk benaderd wordt die niet betrokken is bij de gegevensuitwisseling.

^
^
Station:

1. Een entiteit of computer die in een netwerk is geplaatst;

2. Netwerk term voor een aangesloten computer;

3. Basis term voor een netwerk PC of -printer, enzovoorts;

^
^
Store and forward network:

1. Dit soort netwerken maken gebruik van schakelpunten die buffers bevatten, hierin worden gegevens tijdelijk opgeslagen, zodat gegevens niet het hele netwerk lamleggen tijdens het verzenden. Store and forward netwerken maken gebruik van twee schakelmethodes: berichtschakelen en pakketschakelen (zie bericht- en pakketschakelen);

^
^
STP

1. Spanning Tree Protocol

^
^
Subnet:

1. Alle datalijnen, zend- en ontvangstapparatuur, die samen de verbindingsfactoren zijn van een netwerk, ongeacht de toegepaste topologieën;

2. We noemen een subnet ook wel verbindingsnetwerk of het transportsysteem. Het subnet zorgt voor de overdracht van alle gegevens van zender naar ontvanger;

^
^
Substitutie

1. Vervanging. Substitutie is een basisvorm van encryptie techniek. Samen met Transpositie is Substitutie een Encryptie basisvorm. Transpositie is verplaatsing of herschikking van gegevens.

^
^
Synchroon:

1. Gelijklopend, gelijk, evenredig;

^
^
Syntax:

1. Opbouw en grammatica van binaire-opdrachten;

^
^
<< vorige | vernieuwen |
Vraag of feedback:
E-mail adres:
Vraag of feedback: